HistoriekTalrijke archeologica uit de Steen- en Metaaltijden tonen aan dat Kruishoutem
reeds millennia vóór het begin van onze tijdrekening bewoningsactiviteiten
kende. En ook uit de Gallo-Romeinse en Merovingische tijd zijn er belangwekkende
archeologische vondsten die inzake kolonisatiegeschiedenis het lokale belang ver
overstijgen. De thans verdwenen Merovingische site Houtem (847, Hultheim = bewoonde kern nabij een bos) is de historische voorloper van de huidige woonkern die zich duidelijk op een kruispunt van regionale wegen situeert. De dorpskern ligt in het komvormig brongebied van de Molenbeek, vlakbij de waterscheidingskam tussen het Schelde- en Leiebekken. Het prefix ‘kruis’ werd naar verluidt toegevoegd na 1174 toen de plaatselijke parochiegemeenschap een Kruisreliek uit het Heilig Land ontving. In het jaar 1670 verleende Lodewijk XIV de toestemming om een jaarmarkt in te richten. In de 18e eeuw bestond op woensdag een lijnwaadmarkt en periodieke paarden- en veemarkten. Vanaf 1841 werd er ook op dinsdag een markt ingericht die speciaal voor landbouwproducten bestemd was. Langzamerhand gingen hier de eieren de hoofdrol spelen totdat deze de belangrijkste markt van West-Europa werd na de Tweede Wereldoorlog. Dankzij een bloeiende artisanale lijnwaadindustrie kende Kruishoutem in de 18e en 19e eeuw – voorlopig althans - zijn demografisch hoogtepunt. Vanaf het begin van de 20e eeuw specialiseerde de landbouwsector zich nadrukkelijk in de pluimveeteelt en leghennen. Deze meer grootschalige teeltwijze is niet los te koppelen van de productie van zgn. ‘samengestelde veevoerders’ in het naburige Deinze. Omdat de pluimveeteelt behoort tot de niet-grond-gebonden veehouderij kon Kruishoutem deze status tijdens de jongste decennia niet bestendigen zodat het pluimvee vooral in de folklore voortleeft. In de laatste decennia van de 20e eeuw kende Kruishoutem een zekere industriële ontwikkeling, voornamelijk aan de overkant van de E17, met gunstige tewerkstellingseffecten. | ||

