Algemeen
Belastingen en retributies
-
Onderscheid belastingen en retributies
Een gemeentebelasting is een verplichte bijdrage aan de
algemene uitgaven van de gemeente, opgelegd door de gemeenteraad. Tegenover een
belasting staat dus geen individueel aanwijsbare tegenprestatie van de overheid.
Een retributie is een billijke vergoeding voor een prestatie
of een dienst geleverd door de gemeenteoverheid in het individueel belang of
voordeel van degene die gebruik van maakt van die dienst of prestatie.
Volgens de rechtspraak is het van essentieel belang dat er een redelijk
verband is tussen de kostprijs van de dienst of prestatie en het tarief van de
retributie.
Zowel belastingen als retributies worden door de gemeenteraad vastgesteld.
-
Opcentiemen of aanvullende belastingen en eigen gemeentebelastingen
Bij opcentiemen of aanvullende belastingen moet de
gemeenteraad enkel de aanslagvoet van de belasting vaststellen; die aanslagvoet
wordt vastgesteld als percentage van het bedrag van de basisbelasting. De andere
modaliteiten van de belasting (de belastbare grondslag, de aanduiding van de
belastingplichtige, de berekening van de belasting, eventuele vrijstellingen,
eventuele aangifteverplichting ...) worden overgenomen van de basisbelasting.
Ook de inning gebeurt samen met de basisbelasting. Het aandeel dat bestemd is
voor de gemeente wordt later doorgestort.
Bezwaren worden eveneens behandeld door de overheid die de basisbelasting
heeft gevestigd.
Die basisbelasting is vastgesteld door de federale of door de gewestelijke
overheid. De twee belangrijkste aanvullende belastingen zijn de aanvullende
gemeentebelasting op de personenbelasting en de opcentiemen op de onroerende
voorheffing.
De basisbelasting voor de aanvullende belasting op de personenbelasting (APB)
is de personenbelasting; dit is een belasting op het inkomen van natuurlijke
personen, gevestigd en geïnd door de federale overheid.
De basisbelasting voor de opcentiemen op de onroerende voorheffing (OOV) is
de onroerende voorheffing; dit is een belasting op het kadastraal inkomen,
gevestigd en geïnd door de gewestelijke overheid. Het is de Vlaamse
Belastingdienst die instaat voor de inning en de doorstorting van het
gemeentelijk aandeel.
APB en OOV samen leveren ongeveer 80 % van de fiscale ontvangsten van de
gemeenten op.
Er kunnen ook opcentiemen geheven worden op de gewestelijke belasting:
- op leegstand van woningen
- op leegstand van bedrijfsruimten
- op de gewestelijke milieuheffing bedoeld in artikel 47 van het afvaldecreet
Daarnaast kunnen de gemeenten ook eigen belastingen
vestigen op specifieke activiteiten, situaties of toestanden.
De gemeenteraad moet hier zelf de belastbare grondslag bepalen, de
belastingplichtige aanduiden, het tarief vaststellen, in eventuele
vrijstellingen voorzien......
Vestiging en invordering van eigen belastingen
De voornaamste regels voor de vestiging, de invordering en de
geschillenbeslechting zijn bepaald in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de
vestiging, de invordering en de geschillenbeslechting van de provincie- en
gemeentebelastingen. Dit decreet laat de raad toe te kiezen tussen
kohierbelastingen of contantbelastingen. Het verschil is de wijze van inning:
kohierbelastingen worden opgenomen in een kohier, contantbelastingen worden
contant geïnd tegen afgifte van een betalingsbewijs.
Voor kohierbelastingen kan de gemeente in een aangifteverplichting voorzien.
Overtredingen van die aangifteverplichting kunnen gepaard gaan met een door de
gemeenteraad bepaalde belastingverhoging. Die verhoging mag maximaal het
dubbele van de verschuldigde belasting bedragen.
In onderstaande lijst belastingen kan u telkens het volledige reglement
afladen, en indien relevant, ook het aangifteformulier.
Lijst belastingen
Lijst retributies
De behandeling van bezwaren op het vlak van eigen gemeentebelastingen
Het bezwaar moet schriftelijk ingediend worden en gericht zijn aan het
college van burgemeester en schepenen, Markt 1, 9770 Kruishoutem.
Het kan ook per e-mail , gericht aan
gemeentebestuur@kruishoutem.be of
per fax, via nr. 09/333 71 13.
Het bezwaar moet gemotiveerd zijn en het moet op straffe van verval worden
ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde
kalenderdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of van de
kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.
Wie wenst gehoord te worden moet dit uitdrukkelijk vermelden in het
bewaarschrift.
In dat geval zal de datum worden meegedeeld van de hoorzitting, evenals van
de dagen en uren waarop het dossier geraadpleegd zal kunnen worden.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen wordt bij ter
post aangetekende brief betekend. In deze aangetekende brief wordt de instantie
vermeld waarbij een beroep kan worden ingesteld, evenals de terzake geldende
termijn en vormen.
De termijn voor het indienen van een beroep bedraagt drie maanden na de
kennisgeving van de beslissing. Wanneer het beroep niet binnen die termijn is
ingediend is de beslissing van het college van burgemeester en schepenen
onherroepelijk
Dat beroep moet worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg van het
rechtsgebied waarin de belasting gevestigd werd, voor onze gemeente is dat
(rechtbank en adres vermelden, dus ofwel:
- Rechtbank van eerste aanleg te Brussel, Justitiepaleis, Poelaertplein 1,
1000 Brussel
- Rechtbank van eerste aanleg te Leuven, Smoldersplein 5, 3000 Leuven
- Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, Bolivarplaats 20, 2000 Antwerpen
- Rechtbank van eerste aanleg te Hasselt, Thonissenlaan 75, 3500 Hasselt
- Rechtbank van eerste aanleg te Gent, Opgeëistenlaan 401A, 9000 Gent
- Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, Kazernevest 3, 8000 Brugge
Tegen het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg kan verzet of beroep
worden ingesteld. Tegen het arrest van het Hof van Beroep kan een voorziening in
cassatie ingesteld worden.
De vormen en termijnen, en de rechtspleging die toepasselijk is op deze
beroepen, zijn dezelfde als die voor rijksbelastingen en gelden voor alle
betrokken partijen. Aangezien het wetboek van de Inkomstenbelastingen niet
voorziet in specifieke termijnen, gelden de gewone termijnen zoals bepaald in
het gerechtelijk Wetboek: één maand vanaf de betekening van het vonnis voor het
aantekenen van verzet (artikel 1048) of beroep (artikel 1051) en drie maanden
vanaf de betekening van de bestreden beslissing voor de voorziening in cassatie
(artikel 1073)
De artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van
toepassing.
- De invordering en de geschillenbeslechting voor retributies.
Er is geen bijzondere procedure voorzien voor de invordering van retributies.
In de praktijk worden retributies onmiddellijk contant betaald of na toezending
van een factuur of schuldvordering.
Artikel 94, 2° van het gemeentedecreet is eveneens toepasselijk op de
invordering van retributies: met het oog op de invordering van niet-betwiste en
opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen kan de financieel beheerder een
dwangbevel uitvaardigen. Het dwangbevel wordt betekend bij deurwaardersexploot.
Er is geen bijzondere procedure voor de geschillenbeslechting inzake
retributies. De gewone burgerlijke rechtbanken zijn bevoegd.