Wilt u een grond splitsen in meerdere loten om minstens één van die loten te
verkopen als bouwgrond?
Dan heeft u waarschijnlijk een verkavelingsvergunning nodig. Hier leest u er
meer over.
U kan de formulieren bekomen bij de dienst grondgebiedzaken of
hier
downloaden.
Opgepast : in sommige gevallen moet u rekening houden met de
compensatiemaatregelen indien het te verkavelen
perceel bebost is. De nodige formulieren voor deze compensatie kan u verkrijgen
bij de dienst grondgebiedzaken of
hier
downloaden.
Welke
weg volgt uw verkavelingsaanvraag?
1. Samenstellen van het aanvraagdossier
Het is niet wettelijk geregeld wie het dossier opmaakt. U mag dus zelf het
dossier opstellen.
De meeste mensen kiezen er echter voor om dit door een gespecialiseerd persoon
te laten doen:
een architect, een landmeter, een stedenbouwkundige...
De samenstelling van het dossier kunt u
hier
terugvinden.
2. Indienen van het aanvraagdossier
U (of de persoon die uw dossier heeft opgesteld, als u hem daarvoor een
volmacht geeft) dient de aanvraag op het gemeentehuis in.
De aanvraag kan ook met een aangetekende brief worden verzonden.
In sommige gemeenten zal men de aanvraag ook elektronisch of
semi-elektronisch kunnen indienen.
3. Behandeling van de aanvraag in eerste aanleg
Hebt u uw dossier aan het loker afgegeven? U krijgt dadelijk een
ontvangstbewijs.
3.a. Volledigheidscontrole
De gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaar of zijn gemachtigde gaat na of
de vergunningsaanvraag ontvankelijk en volledig is. In niet-ontvoogde gemeenten
die nog niet over een gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaar beschikken,
wordt dit ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek gevoerd door de
gemeentelijke administratie.
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek wordt u
bezorgd, normaerwijze binnen 14 dagen, ingaand de dag na deze waarop de aanvraag
werd ingediend.
Het verdere verloop van de procedure in eerste aanleg en de beroepsprocedure
gelden alleen ten aanzien van ontvankelijke en volledige aanvragen.
3.b. Openbaar onderzoek
Voor alle verkavelingsaanvragen wordt een openbaar onderzoek georganiseerd,
behalve als de aanvraag ligt binnen een bijzonder plan van aanleg (BPA) of
binnen een gemeentelijk uitvoeringsplan (RUP). Dat onderzoek gebeurt om na te
gaan of er burgers zijn die bezwaren hebben tegen uw project. De volledige
procedure is uitgewerkt in een besluit van de Vlaamse Regering.
Het schepencollege zal zich moeten uitspreken over die bezwaren. Hebben de
klagers gelijk of niet? Bezwaren leiden dus niet automatisch tot een weigering
van uw aanvraag.
3.c. Adviezen inwinnen
Soms moet de gemeente advieze inwinnen over een verkavelingsaanvraag. De
verplichte adviezen zijn vermeld in een belsuit van de Vlaamse Regering.
3.d. Advies van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar
In de ontvoogde gemeenten moet het advies van de gewestelijke
stedenbouwkundige ambtenaar niet worden ingewonnen.
In de niet-ontvoogde gemeenten moet over de meeste aanvragen het advies van
de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar worden ingewonnen.
Het advies van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar is bindend, als
het negatief is of voorwaarden oplegt. Het wordt uitgebracht binnen een
vervaltermijn van 30 dagen, ingaand de dag na deze van de ontvangst van de
adviesvraag. Als deze termijn wordt overschreden, kan aan de adviesvereiste
voorbij worden gegaan.
3.e. Beslissing van het schepencollege
De gemeente zal uw aanvraag beoordelen, rekening houdend met:
- de eventuele bezwaren
- de eventuele adviezen
- de voorschriften van gewestplan, bijzonder plan van aanleg en/of verkaveling
- de mogelijke hinder voor de buurt (privacy, inkijk, bouwdiepte,
terreinbezetting, ...)
Het college van burgemeester en schepenen neemt over de vergunningsaanvraag
een beslissing binnen een vervalterijn van 150 dagen.
De vervaltermijnen gaan in de dag na deze waarop het resultaat van het
ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek aan de aanvrager wordt verstuurd.
Zij gaan echter steeds ten laatste in op de 30ste dag na deze waarop de aanvraag
werd ingediend.
Indien geen beslissing wordt genomen binnen de vervaltermijn, wordt de
aanvraag geacht afgewezen te zijn.
U krijgt een afschrift van de uitdrukkelijke of een kennisgeving van de
stilzwijgende beslissing binnen een ordetermijn van 10 dagen per beveiligde
zending.
Op bevel van de burgemeester wordt de uitdrukkelijke of stilzwijgende
beslissing gedurende een periode van 30 dagen aangeplakt op de plaats waarop de
aanvraag betrekking heeft.
De burgemeester waakt er over dat tot aanplakking wordt overgegaan binnen een
termijn van 10 dagen te rekenen vanaf de datum van de beslissing van het college
van burgemeester en schepenen.
De burgemeester of zijn gemachtigde attesteert de aanplakking. Op eenvoudig
verzoek levert het gemeentebestuur een gewaarmerkt afschrift van dit attest af
aan elk belanghebbende.
Krijgt u een vergunning, dan mag u van de vergunning gebruik maken als u niet
binnen 35 dagen, te rekenen vanaf de dag van aanplakking, op de hoogte werd
gebracht van de instelling van een administratief beroep.
Een door de gemeente gewaarmerkt afschrift van de vergunning en het
bijhorende dossier ligt tijden de duur van de werkzaamheden in uitvoering van de
vergunning ter beschikking op de plaats die het voorwerp uitmaakt van de
vergunning.
4. Beroep bij de deputatie
Alle tijdig ingestelde beroepen tegen beslissingen van het schepencollege
schorsen de uitvoering van de vergunning.
4.a. Door de aanvrager
U kunt als vergunningsaanvrager beroep instellen tegen elke beslissing van
het schepencollege, ook tegen een stilzwijgende beslissing.
De regeling van het beroep staat in artikel 4.7.21 van de Vlaamse Codex
Ruimtelijke Ordening.
4.b. Door derden
Er kan beroep worden ingediend door elke natuurlijke persoon of rechtspersoon
die rechtstreekse of onrechtstreekse hunder of nadelen kan ondervinden ingevolge
de bestreden beslissing. En ook door procesbekwame verenigingen die optreden
namens een groep wiens collectieve belangen door de bestreden beslissing zijn
bedreigd of geschaad, voor zover zij beschikken over een duurzame en effectieve
werking overeenkomstig de statuten. De regeling van het beroep staat in artikel
4.7.21 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
4.c. Door administraties
De gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar en de instanties die een
verplicht advies hebben uitgebracht kunnen beroep instellen tegen elke
vergunning verleend door het schepencollege. De regeling van het beroep staat in
artikel 4.7.21 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
4.d. De dossiervergoeding
Om ontvankelijk te zijn, dient bij het beroepschrift het bewijs van betaling
van de dossiervergoeding gevoegd te zijn, behalve als het beroep uitgaat van de
gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar, de adviesverlenende instanties of in
geval van beroep tegen een stilzwijgende weigering. De dossiervergoeding
bedraagt 62,50 euro.
De dossiervergoeding wordt gestort op de rekening van de provincie. De
hieronder vermelde gegevens zijn ons verstrekt door de provincies. Ze worden
gegeven zonder garantie op juistheid. Voor de provincie Oost-Vlaanderen is dit
rekening 091-0005494-91, met mededeling "beroep RO + gemeentenaam + naam
aanvrager + Datum beslissing college".
4.e. De hoorzitting
De betrokken partijen worden op hun verzoek door de deputatie gehoord
(schriftelijk of mondeling).
4.f. De beslissing van de deputatie
De deputatie neemt haar beslissing binnen een vervaltermijn van 75 dagen, die
ingaat de dag na deze van de betekening van het beroep. Deze vervaktermijn wordt
verlengd tot 105 dagen, indien topassing wordt gemaakt van het mondelinge of
schriftelijke hoorrecht.
Indien geen beslissing wordt genomen binnen de toepasselijk vervaltermijn,
wordt het beroep geacht afgewezen te zijn. Een afschrift van de uitdrukkelijke
beslissing of een kennisgeving van de stilzwijgende belissing wordt binnen een
ordetermijn van 10 dagen gelijktijdig en per beveiligde zending bezorgd aan de
indiener van het beroep en aan de vergunningsaanvrager. Op bevel van de
burgemeester wordt de uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissing gedurende 30
dagen aangeplakt op de plaats waarop de vergunningsaanvraag betrekking heeft.
De burgemeester waakt er over dat tot aanplakking wordt overgegaan binnen een
termijn van 10 dagen te rekenen vanaf de datum van de ontvangst, door het
gemeentebestuur, van een afschrift van de uitdrukkelijke beslissing of een
kennisgeving van de stilzwijgende beslissing. De burgemeester of zijn
gemachtigde attesteert de aanplakking. Op eenvoudig verzoek levert het
gemeentebestuur een gewaarmerkt afschrift van dit attest af aan elke
belanghebbende.
Van een vergunning, afgegeven door de deputatie, mag gebruik worden gemaakt
vanaf de 36ste dag na de dag van aanplakking. Hetzelfde geldt voor de
vergunning, afgegeven door het college van burgemeester en schepenen, waartegen
het beroep door de deputatie stilzwijgend is afgewezen.
5. Beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwisting
De beroepen bij de Raad kunnen door volgende belanghebbenden worden
ingesteld:
- de aanvrager van de vergunning
- de bij het dossier betrokken vergunninverlenende bestuursorganen
- elk natuurlijk persoon of rechtspersoon die rechtstreekse of onrechtstreekse
hinder of nadelen kan ondervinden ingevolge de vergunningsbeslissing
- procesbekwame verenigingen die optreden namens een groep wiens collectieve
belangen zijn bedreigd of geschaad, voor zover zij beschikken over een duurzame
en effectieve werking overeenkomstig de statuten
- de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar
- de bij het dossier betrokken adviserende instanties
De belanghebbende aan wie kan worden verweten dat hij een voor hem nadelige
vergunningsbeslissing niet heeft bestreden door middel van het beroep bij de
deputatie, wordt geachte te hebben verzaakt aan zijn rech om zich tot de Raad te
wenden.
De beroepen worden ingesteld binnen een vervaltermijn van 30 dagen, die
ingaat als volgt:
- hetzij de dag na deze van de betekening, wanneer dergelijke betekening
vereist is
- hetzij de dag na deze van de aanplakking, in alle andere gevallen
De beroepen worden ingesteld bij wijze van verzoekschrift. Voor meer
informatie hierover, zie artikel 4.8.1 en volgende van de Vlaamse Codex
Ruimtelijke Ordening..