Ruimtelijke planning

Met de hedendaagse structuurplannen wilde de Vlaamse Regering een ommekeer in de ruimtelijke planning teweegbrengen. Er was behoefte aan een ruimtelijk kader waarbinnen verschillende visies en vragen kunnen worden afgewogen.

Een ruimtelijk structuurplan geeft een langetermijnvisie op de ruimtelijke ordening van een bepaald gebied. Het formuleert in grote lijnen een visie op het gebruik van de ruimte voor allerlei maatschappelijke functies zoals wonen, werken, recreatie, natuur, handel, landbouw, … . Een ruimtelijk structuurplan heeft als doel samenhang te brengen in de voorbereiding, de vaststelling en de uitvoering van beslissingen op het vlak van ruimtelijke ordening.

Een structuurplan geeft dus nooit een visie over individuele percelen.

Er worden ruimtelijke structuurplannen uitgewerkt op drie beleidsniveaus:

  • het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen;
  • het provinciaal ruimtelijk structuurplan;
  • het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan.

Het uitgangspunt is dat beslissingen genomen worden op het meest geschikte bestuursniveau (het zogenaamde subsidiariteitsprincipe).

De structuurplannen van de drie beleidsniveaus komen tot stand in onderlinge dialoog. Het decreet ruimtelijke ordening legt trouwens talrijke overlegmomenten vast (met naburige gemeenten, met de inwoners, ...) om ervoor te zorgen dat beslissingen in een geest van samenwerking en consensus worden genomen.