Wanneer?

U moet niet voor alles een stedenbouwkundige vergunning aanvragen. Hieronder vindt u een overzicht.

Wanneer is een stedenbouwkundige vergunning nodig?

A. Voor bouwwerken

Als algemene regel geldt dat u voor het bouwen van een constructie een stedenbouwkundige vergunning nodig hebt. De wetgeving ruimtelijke ordening stelt echter dat u niet enkel om te bouwen een vergunning nodig hebt, maar ook om:

  • een grond te gebruiken voor het plaatsen van een of meer vaste inrichtingen;
  • af te breken;
  • te herbouwen;
  • te verbouwen (zowel buiten als binnen in een gebouw).

De wetgeving ruimtelijke ordening definieert bouwen verder als het oprichten van een gebouw of een constructie of het plaatsen van een inrichting die:

  • omwille van de stabiliteit steun neemt in, aan of op de grond;
  • bestemd is om ter plaatse te blijven staan.
  • U moet een vergunning aanvragen zelfs als
    • de constructie uit niet-duurzame materialen is opgetrokken;
    • de constructie uit elkaar kan worden genomen;
    • de constructie verplaatsbaar is
  • u enkel iets wil afbreken;
  • u enkel iets wil heropbouwen;
  • het enkel om verhardingen gaat.

Het begrip “bouwen” is dus heel ruim. Ook voor het plaatsen van een reclamebord, van verhardingen en van afsluitingen die uit betonplaten bestaan, is bijvoorbeeld een vergunning nodig.

Alleen instandhoudings- of onderhoudswerken mogen plaatsvinden zonder stedenbouwkundige vergunning.

B.Voor ontbossen

Voor ontbossen is ook een stedenbouwkundige vergunning nodig.

C. Hoogstammige bomen vellen, alleenstaand, in groeps- of lijnverband, voor zover ze geen deel uitmaken van een bos.

Als hoogstammige boom wordt beschouwd elke boom die op een hoogte van 1 m boven het maaiveld een stamomtrek van 1 m heeft.

D. Voor reliëfwijzigingen

De wetgeving ruimtelijke ordening bepaalt dat voor aanmerkelijke reliëfwijzigingen een stedenbouwkundige vergunning nodig is. Als aanmerkelijke reliëfwijziging wordt onder meer beschouwd elke aanvulling, ophoging, uitgraving of uitdieping die de aard of functie van het terrein wijzigt. Dat geldt bijvoorbeeld voor het afgraven van een 10 cm dikke humuslaag in natuurgebied, of voor het aanleggen van parkeerplaatsen op een weiland in landbouwgebied door het ophogen met steenslag.

E. Een grond gewoonlijk gebruiken, aanleggen of inrichten voor:

a) het opslaan van gebruikte of afgedankte voertuigen, van allerhande materialen, materieel of afval;
b) het parkeren van voertuigen, wagens of aanhangwagens;
c) het plaatsen van één of meer verplaatsbare inrichtingen die voor bewoning kunnen worden gebruikt, zoals woonwagens, kampeerwagens, afgedankte voertuigen, tenten;
d) het plaatsen van één of meer verplaatsbare inrichtingen of rollend materieel die hoofdzakelijk voor publicitaire doeleinden worden gebruikt;

F. Voor gebruikswijzigingen

U hebt een vergunning nodig voor het geheel of gedeeltelijk wijzigen van de hoofdfunctie van een onroerend bebouwd goed met het oog op een nieuwe functie, voorzover deze functiewijziging voorkomt op een door de Vlaamse regering opgestelde lijst van de vergunningsplichtige functiewijzigingen.

Zo kunnen onder andere de volgende voorbeelden worden gegeven:

  • in het agrarisch gebied (landbouwgebied) een hoeve gebruiken als woning voor een niet-landbouwer;
  • in een industriegebied een gebouw gebruiken als gebouw waar goederen of diensten verkocht worden;
  • in een recreatiegebied een gebouw permanent bewonen;

G. In een gebouw het aantal woongelegenheden wijzigen die bestemd zijn voor de huisvesting van een gezin of een alleenstaande, ongeacht of het gaat om een ééngezinswoning, een etagewoning, een flatgebouw, een studio of een al dan niet gemeubileerde kamer;

H. Publiciteitsinrichtingen of uithangborden plaatsen of wijzigen

I. Recreatieve terreinen aanleggen of wijzigen, waaronder een golfterrein, een voetbalterrein, een tennisveld, een zwembad

J. Andere gevallen

De bovenstaande opsomming is niet volledig. Een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening bijvoorbeeld kan een stedenbouwkundige vergunning verplicht stellen voor nog andere werken dan deze die hierboven vermeld werden.

Wanneer is geen stedenbouwkundige vergunning nodig?

Opgelet: deze werken mogen enkel uitgevoerd worden als ze niet strijdig zijn met geldende reglementeringen zoals bijvoorbeeld:

  • stedenbouwkundige verordeningen of verkavelingsverordeningen,
  • ruimtelijke uitvoeringsplannen, bijzondere plannen van aanleg,
  • voorschriften van verkavelingsvergunningen,
  • andere van toepassing zijnde regelgeving: burgerlijk wetboek, monumenten en landschappen, enz.

A. Voor bepaalde tijdelijke werken

Er is uiteraard geen bouwvergunning nodig voor tijdelijke werken, handelingen en wijzigingen nodig voor de uitvoering van vergunde werken, voorzover deze plaatsvinden binnen de werkstrook afgebakend in de stedenbouwkundige vergunning. Het kan hier gaan om werfkranen, tijdelijke opslag van grond, tijdelijke verhardingen, nodig om de werf te bereiken, enz...

B. Voor bepaalde technische installaties

Namelijk voor de plaatsing van sanitaire, elektrische, verwarmings-,isolerings-, of  verluchtingsinstallaties binnen een gebouw, voor zover ze noch een vergunningsplichtige functiewijziging, noch -wanneer het een woongebouw betreft-een wijziging van het aantal woongelegenheden met zich meebrengt.

C. Voor bepaalde binnenverbouwingen

Met name voor de inrichtingswerkzaamheden binnen een gebouw of de werkzaamheden voor de geschiktmaking van lokalen voorzover ze noch de oplossing van een constructieprobleem, noch een vergunningsplichtige functiewijziging, noch - wanneer het een woongebouw betreft - een wijziging van het aantal woongelegenheden met zich meebrengen.

D. Voor de plaatsing van volgende publiciteitsinrichtingen of uithangborden:

  • de bevestiging aan een vergund gebouw van maximum één niet-verlicht of niet-lichtgevend uithangbord met een totale maximale oppervlakte van 4 m2
  • publiciteitsinrichtingen die voortvloeien uit wettelijke of reglementaire bepalingen;
  • publiciteitsinrichtingen die enkel informatie van de overheid bevatten of deel uitmaken van sensibiliseringscampagnes van de overheid;
  • door de overheid beschikbaar gestelde borden of zuilen voor socio-culturele en politieke affichage;
  • publiciteitsinrichtingen aangebracht op een gebouw of grond, waarbij wordt bekendgemaakt dat dit goed te koop of te huur is, op voorwaarde dat de totale maximale oppervlakte niet meer bedraagt dan 4 m2 en dat de publiciteitsinrichting ten laatste 14 dagen na de verhuring of verkoping wordt verwijderd.

E. Voor de plaatsing van volgende zaken op het dak

Bij vergunde gebouwen en niet in speciale ruimtelijk kwetsbare gebieden, zoals natuurgebied en voorzover niet strijdig met de verkavelingsvergunning, BPA of RUP.

  • fotovoltaïsche zonnepanelen en/of zonneboilers op een plat dak en fotovoltaïsche zonnepanelen en/of zonneboilers geïntegreerd in het hellende dakvlak, behalve op beschermde of voorlopig beschermde monumenten, op gebouwen in voorlopig of definitief beschermde landschappen, op gebouwen gelegen in voorlopig of definitief aangeduide ankerplaatsen en erfgoedlandschappen, op gebouwen gelegen in beschermde of voorlopig beschermde stads- en dorpsgezichten, op gebouwen in voorlopig of definitief beschermde archeologische monumenten of zones en op gebouwen opgenomen in de inventaris van het bouwkundig erfgoed, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (Onder zonnepanelen of zonneboilers geïntegreerd in het hellende dakvlak worden verstaan die vlakvormige voorzieningen die:

    - ofwel bovenop de feitelijke dakbedekking en dus in dezelfde helling maar ertegen of enkele centimeters erboven worden gemonteerd, 

    - ofwel tussenin of ter vervanging ervan zijn geplaatst en bijgevolg zelf als dakbedekking fungeren.)

  • dakvlakvensters in het dakvlak tot een maximum van 20 % van de oppervlakte van het dakvlak in kwestie

F. Voor bepaalde verhardingen in tuinen

Voor de aanleg van de volgende verhardingen op de hoogte van het natuurlijke maaiveld in de onmiddellijke omgeving van vergunde woongebouwen:

  • de strikt noodzakelijke toegangen en opritten naar het gebouw of de gebouwen;
  • tuinpaden in de zij- en achtertuinstrook;
  • terrassen, voorzover ze niet gelegen zijn in de voortuinstrook, minimum 1 m van de zijdelingse en achterste perceelsgrenzen verwijderd blijven en in totaal niet groter zijn dan 50 m2.

G. Voor bepaalde ondergrondse constructies

Met name voor de plaatsing van een ondergronds regenwaterreservoir, een septische put, een bezinkput, een ondergrondse waterzuiveringsinstallatie, een infiltratiebed en/of een ondergrondse brandstoftank voor huishoudelijk gebruik bij een vergunde woning. Deze installaties moeten minimum 1 m van de zijdelingse en achterste perceelsgrenzen verwijderd blijven.

H. Voor sommige afbraakwerken

Voor de volledige afbraak van vrijstaande bouwwerken of constructies. Aan alle van de volgende vereisten moet voldaan zijn:

  • het betreft geen kleine elementen en constructies, geïsoleerd of deel uitmakende van een geheel, die van belang zijn voor de kwaliteit van de leefomgeving, een volkskundige, historische of esthetische waarde hebben, als referentie dienen voor de bevolking van een buurt of wijk, of bijdragen tot het gevoelen van een plaatselijke bevolking tot een bepaalde plek te behoren, zoals: fonteinen, kiosken, pompen, putten, kruisen, calvaries, veldkapellen, standbeelden, wegwijzers, schandpalen, grenspalen, mijlpalen, lantaarnpalen, uurwerken, klokkenspelen, zonnewijzers, hekkens, omheiningsmuren, luifels, graven, herkenningstekens van merkwaardige gebeurtenissen uit het verleden, balies, straatmeubilair, waterkunstwerkjes, bakhuizen, houtskeletbouw, koetshuizen, oranjerieën, priëlen, ijskelders;
  • het betreft geen gebouwen of constructies die opgenomen zijn in de inventaris van het  bouwkundige erfgoed;
  • de grondoppervlakte bedraagt minder dan 100 m2.

I. Voor lichte afsluitingen

Voor de volgende afsluitingen is geen stedenbouwkundige vergunning nodig:

  • voor afsluitingen die bestaan uit palen met prikkel- of schrikdraad;
  • voor afsluitingen met een maximumhoogte van 2 m, die bestaan uit palen en draad of draadgaas, uit één betonplaat met een maximumhoogte van 40 cm en draad of draadgaas, opgericht ter afsluiting van een goed;
  • voor voortuinmuurtjes in metselwerk met een maximale hoogte van 50 cm;
  • voor smeedijzeren poorten, geplaatst tussen twee gemetselde kolommen met een maximale hoogte van 2,5 m.

Opgelet: in bepaalde gebieden, zoals in ruimtelijk kwetsbare gebieden en in beschermd of voorlopig beschermd landschap, is voor de laatste drie soorten afsluitingen wel een stedenbouwkundige vergunning nodig.

J. Voor volgende zaken in landbouwgebied

  • plastiektunnels met een maximumhoogte van 2,5 m, voorzover ze dienen voor de teelt van landbouwgewassen en na de oogst worden verwijderd;
  • hagelnetten of antivogelnetten, bestaande uit palen waarover een net wordt gespannen;
  • constructies ter ondersteuning van de gewassen.

K. Voor normale tuinuitrusting

Deze zaken zijn vrijgesteld van stedenbouwkundige vergunning als ze worden opgericht binnen 30 m van een vergund woongebouw.

  • maximaal één houten tuinhuisje ofwel één houten hok voor dieren ofwel één houten duiventil. De constructie wordt opgericht ofwel tegen een bestaande vergunde muur, ofwel op ten minste 1 m van de perceelsgrenzen. De oppervlakte mag maximaal 10 m2 bedragen. Deze constructie mag niet worden opgericht in de voortuinstrook. De kroonlijsthoogte is beperkt tot 2,5 m; de nokhoogte is beperkt tot 3 m;
  • maximaal één volière ofwel één serre. De constructie wordt opgericht ofwel tegen een bestaande vergunde muur, ofwel op ten minste 1 m van de perceelsgrenzen. De oppervlakte mag maximaal 10 m2 bedragen. Deze constructie mag niet worden opgericht in de voortuinstrook. De kroonlijsthoogte is beperkt tot 2,5 m; de nokhoogte is beperkt tot 3 m;
  • siervijvers met aanhorigheden met een totale maximale oppervlakte van 30 m2;
  • rotstuintjes;
  • pergola’s (open lattenwerken zonder gesloten dak);
  • tuinmuurtjes, niet zijnde afsluitingsmuren, met een maximumhoogte van 1,2 m;
  • barbecues;
  • tuinornamenten;
  • brievenbussen.
  • ingegraven of op de grond geplaatste openluchtzwembaden of jacuzzi’s met een totale maximale oppervlakte van 30 m2. Deze constructies mogen, met inbegrip van een eventuele afdekking, niet hoger zijn dan 1,5 m, gemeten vanaf het maaiveld en niet gelegen zijn in de voortuinstrook.

De eerste drie zaken mogen niet zonder vergunning worden opgericht in ruimtelijk kwetsbare gebieden, zoals bijvoorbeeld natuurgebied.

L. Voor bijenkorven

Het betreft de oprichting van bijenstallen of bijenkorven, voor zover deze gelegen zijn in andere gebieden dan de woongebieden.

M. Voor bepaalde drainagewerken

Het draineren van een goed voor landbouwdoeleinden.

N. Voor het vellen van bepaalde bomen

Voor het vellen van hoogstammige bomen is geen stedenbouwkundige vergunning vereist, mits aan alle van de volgende vereisten voldaan is:

  • ze maken geen deel uit van een bos, zoals bedoeld in het bosdecreet en zijn uitvoeringsbesluiten;
  • ze zijn gelegen in een woongebied of in een industriegebied, of in een daarmee vergelijkbaar gebied, en niet in een woonparkgebied of in een daarmee vergelijkbaar gebied;
  • ze bevinden zich op huiskavels van een vergunde woning of vergund bedrijfsgebouw, maar niet op de grens met het openbaar domein;
  • ze zijn gelegen binnen een straal van maximaal 15 m rondom de vergunde woning of het bedrijfsgebouw;

Er is ook geen vergunning vereist als er geveld wordt omwille van acuut gevaar en mits voorafgaandelijke schriftelijke instemming van het Bosbeheer.

Bovendien moet men ook geen stedenbouwkundige vergunning hebben als het vellen van de hoogstammige bomen als activiteit in een goedgekeurd beheersplan of beheersvisie is opgenomen.

O. Voor de plaatsing van volgende zaken:

  • paneelantennes voor zend- en ontvangstinstallatie voor telecommunicatie tegen de gevel van een bestaand gebouw in de kleur van de gevel of in een neutrale onopvallende kleur mits de bijhorende technische installatie in het gebouw of ondergronds worden ondergebracht;
  • signaalapparatuur voor zend- en ontvangstinstallatie voor telecommunicatie tegen de gevel van een bestaand gebouw, indien geen enkele afmeting groter is dan 1 m en de bijhorende technische installatie in het gebouw of ondergronds worden ondergebracht;
  • zend- en ontvangstinstallatie voor telecommunicatie en bijbehorende technische installatie in bestaande gebouwen mits de gehele installatie in het gebouw of ondergronds worden ondergebracht;
  • zend- en ontvangstinstallatie voor telecommunicatie op bestaande gebouwen gelegen in een industriegebied in de ruime zin, mits de bijbehorende technische installatie in het gebouw of ondergronds wordt ondergebracht en de totale hoogte van de dragende structuur maximaal 5 m boven het gebouw bedraagt;
  • de plaatsing van een schotelantenne met een maximale diameter van 80 cm op de achtergevel van gebouwen, in de kleur van de gevel of in een neutrale onopvallende kleur;
  • de plaatsing van een schotelantenne met een maximale diameter van 120 cm op een plat dak, mits de totale hoogte maximaal 150 cm boven het gebouw bedraagt;
  • de plaatsing van een schotelantenne met een maximale diameter van 120 cm in de achtertuinstrook, mits de totale hoogte maximaal 150 cm boven het maaiveld bedraagt;
  • de plaatsing van een zend- en ontvangstinstallatie voor telecommunicatie op een bestaande vergunde pyloon of mast mits de hoogte niet toeneemt, en de bijhorende technische installatie geplaatst wordt onder of onmiddellijk aansluitend bij die pyloon of mast of ondergronds ;

P. Voor het gebruiken van een grond

Voor het in de onmiddellijke omgeving van een vergund woongebouw opslaan van allerhande bij de woning horende materialen, materieel of huishoudelijk afval, zoals brandhout, snoeihout, afvalcontainers, vuilnisbakken, composthopen, composteringsvaten, met een totaal maximaal volume van 10 m3, niet zichtbaar vanaf de openbare weg.

Ook is geen vergunning nodig voor het in de onmiddellijke omgeving van een vergund woongebouw plaatsen van één verplaatsbare inrichting die voor bewoning kan worden gebruikt, zoals één woonwagen, kampeerwagen of tent. Onder onmiddellijke omgeving dient de ruimte gelegen binnen een straal van 30 m van de uiterste grenzen van het woongebouw te worden verstaan.

Q. Voor het slopen of verwijderen van sommige zaken

Namelijk voor die zaken die in toepassing van een van de andere punten zonder stedenbouwkundige vergunning mogen worden opgericht.

R. Voor instandhoudings- en onderhoudswerken

Onder instandhoudings- of onderhoudswerken worden werken verstaan die het gebruik van het gebouw voor de toekomst ongewijzigd veilig stellen door het bijwerken, herstellen of vervangen van geërodeerde of versleten materialen of onderdelen. Hieronder kunnen geen werken begrepen worden die betrekking hebben op de constructieve elementen van het gebouw, zoals:

  1. vervangen van dakgebintes of dragende balken van het dak, met uitzondering van plaatselijke herstellingen;
  2. geheel of gedeeltelijk herbouwen of vervangen van buitenmuren, zelfs met recuperatie van de bestaande stenen.

Enkele voorbeelden van instandhoudings- en onderhoudswerken zijn:

  • het vervangen van ramen;
  • het vervangen van pleisterwerk;
  • het herstellen van kapotte verhardingen.